Zilversmeden Regneri

Zilversmeden Regneri

Claes Reijns die in 1689 voor 570 goudguldens (van 28 stuivers) eigenaar van het pand op de hoek van het Kleinzand was geworden woonde in 1691 zelf in zijn herstelde huis. Het lijkt er veel op dat hij het achterhuis aan de Poortezijlen bij het opknappen van het hoekhuis van de hand heeft gedaan. Het is in elk geval in het begin van de 18de eeuw eigendom van de stadsbode Petrus Zijlstra, die zijn naam wel ontleend kan hebben aan het huis bij de Poortezijl. In elk geval, in 1711 wordt het vrij kleine huis (‘een huiske’) bewoond door Jan Balkhout. Misschien kwam die er in 1705 wel wonen, want in dat jaar stelde de magistraat van Sneek hem aan tot ‘turfdrager en opsichter bij het vallaat bij en aan de Potterzijl’. Claes Reijns woonde tot zijn dood in 1721of 1722 in het hoekhuis. Waarschijnlijk was hij een koopman of ambachtsman. Zeker is dat hij rooms-katholiek was. Hij trouwde daarom op 20 mei 1675 niet in de Martinikerk, maar voor de magistraat van Sneek en wel met het Koudumer meisje Gerbrig Beuwes. Jammer genoeg zijn er geen oude doopboeken bewaard gebleven van de rooms-katholieke St. Martinusparochie. Daardoor is niet na te gaan hoeveel kinderen Claes Reijns en Gerbrig Beuwes kregen. Twee kinderen zijn wel bekend: Rein en Dieuwke. Ze maten zich heel deftig een achternaam aan door het patroniem van hun vader in een Latijns jasje te steken: Reijns werd Regneri. Zoon en dochter gingen voortaan door het leven als Rein Clazes Regneri en Dieuwke Clazes Regneri.

 

Rein Clazes Regneri

De naam Rein Clazes Regneri heeft een bekende klank: hij is een van de meest bekwame zilversmeden die Sneek heeft opgeleverd. In verschillende musea, kerken en particuliere collecties zijn fraaie stukken van zijn hand te bewonderen. De afdeling Sneker Oudheidkamer van het Fries Scheepvaart Museum bezit een gedachtenislepel en twee brandewijnskommen van hem, maar zijn topstukken zijn ook in het museum te bewonderen; het zijn de zes in 1723 vervaardigde zilveren altaarkandelaars van de St.Martinusparochie. Deze kandelaars, die op hoge feestdagen op het altaar prijken, werden gemaakt in het jaar toen Rein Clazes Regneri na de dood van zijn vader, zijn werkplaats vestigde op de hoek van het Kleinzand en de Poortezijlen. Blijkbaar had hij eerst elders gewoond, want hij was reeds in 1710 gehuwd met Geertie Lammerts Minnema. De begaafde zilversmid moet nog jong geweest zijn, ongeveer vijftig jaar, toen hij in december 1732 overleed. Na de dood van Claes Reyns was het huis onverdeeld bezit van zijn erfgenamen geworden en dat bleef het ook na de dood van zijn zoon Rein Clazes Regneri van 1732 tot 1746. Er bleven voorlopig familieleden in wonen. Janke Reyns Regneri en haar man Gerrit Heyns Brouwer. De dochter van Claes Reins, Dieuwke Clazes Regneri, koopvrouw in Sneek en weduwe van Hendrik Jouwstra, kocht in 1746 voor ƒ 455-0-0 van Lambertus Regneri een derde deel van vijftwaalfde parten van haar oudershuis en werd toen eigenares van het gehele pand, dat omschreven werd als ‘sekere heerlijke huisinge Cum Annexis, staande ende gelegen op’t Kleinsand op de Hoek aan de Noordkant, hebbende Froukjen Amis ten Oosten, ende gemeene vaart tussen de Zijlen alhier ten westen, wordende tegenwoordigh bij de Coperse gebruikt, die de overige parten toebehoort’.

 

Folkert Crasburg

Dieuwke Clazes Regneri had uit haar met Hendrik Jarich Jouwstra gesloten huwelijk twee kinderen: Jarich en Gerbrich. Zij erfden het huis op de hoek van het Kleinzand in 1760 en een jaar later was het ongedeeld bezit van dochter Gerbrich, die in 1754 gehuwd was met Folkert Crasburg. Deze Crasburg stamde uit een wijnkopersfamilie. Hij was binnen de rooms-katholieke Sneker gemeenschap één van de meest vooraanstaande figuren. Hij staat ook als kerkmeester vermeld op het nog in de St. Martinuskerk aanwezige gedenkbord, dat bij de bouw van het voor-vorige kerkgebouw in 1766 werd vervaardigd. Folkert Crasburg was ook een van de vermogendste Snekers van de 18de eeuw. Ten bewijze van zijn rijkdom kan nog altijd zijn woonhuis dienen. Het is een van de meest monumentale herenhuizen van Sneek: het in 1790 gebouwde herenhuis Kleinzand 42.

 

Obbe Ydema

Het echtpaar Crasburg-Jouwstra verhuurde het hoekhuis aan de noordzijde van het Kleinzand sinds 1761 lange tijd aan onder anderen de zilversmid Obbe Ydema, een aangetrouwde neef door zijn in 1745 gesloten huwelijk met de zilversmidsdochter Gerbrig Reyns Regneri. Haar man werkte in het huis, waar ook haar vader gewerkt had en evenals hij maakte hij in 1764 voor de RK kerk van zijn Sneker parochie enkele schitterende altaarkandelaars, die nu ook in het museum te bewonderen zijn Ook de St. Martinuskerk van Roodhuis bezit altaarkandelaars van zijn hand. In musea en particuliere collecties bevinden zich tal van door hem gemaakte brandewijnskommen, lepels en theepotten. Aan het Old Burger Weeshuis te Sneek leverde hij zeldzame, glad zilveren mosterdpotten. Na de dood van zijn vrouw in 1781 behield Crasburg het huis in beheer tot 1802. Toen verkocht hij ‘een zekere deftige wel ter neering Staande Huisinge Cum Annexis, staande en gelegen op ’t Kleinzand ten gemelden Stede, tegenswoordig bij de Old Schepen Ruurd Radersma wordende bewoond’. Als naastliggers werden genoemd Oeph Claazes ten oosten en Maartje Wybes Wouters ten noorden, terwijl ten zuiden en westen de straten gelegen waren. Het huis werd voor ƒ 2475- 10-0 gekocht door Romke Romkes de Jongh, gesterkt door zijn vader Romke Oenes de Jongh.