Tweede overval

Tweede overval

De tweede overval op het politiebureau van Sneek vond plaats op 7 maart 1945. Bij deze overval werd dezelfde tactiek toegepast als bij de overval op de gevangenis van Leeuwarden.

De bevrijdingsactie was vooral gericht op dokter J.A.S.R. Bonga uit Woudsend. Met zijn schoonzuster Truus, zijn collega H.R. Biema uit Woudsend, wachtmeester M. Attema, de bij hem ondergedoken onderwijzer J. Wilbers uit Oudega (W) en vader en zoon D. en S. op de Hoek was hij op 23 februari 1945 gearresteerd.

Er ging een schok van schrik door het verzet in Sneek. Dokter Bonga was op verschillende manieren betrokken bij het verzet. Als de Duitsers hem zouden martelen en dwingen informatie over het verzet prijs te geven, zouden nog veel meer betrokken worden opgepakt.

Het leven van menigeen stond op het spel. Dokter Bonga besefte dit zelf ook. Hij wilde de kans niet lopen zich aan verhoren bloot te stellen en injecteerde zichzelf met een dodelijk gif. De Duitsers ontdekten dit en gelastten een andere arts onmiddellijk een tegengif toe te dienen. Het gevolg was dat dokter Bonga alleen maar zwaar ziek werd en de eerste paar dagen niet verhoord kon worden.

Een andere gevangene was niet opgewassen tegen de mishandelingen en moest informatie prijsgeven die een groot aantal arrestaties tot gevolg had.

Voor het Sneker verzet stond vast dat dokter Bonga bevrijd moest worden. Dit was lastig, omdat de veiliheidsmaatregelen na de eerste overval waren aangescherpt. Besloten werd bij de tweede overval net zo te werk te gaan als bij de overval op de gevangenis te Leeuwarden. Om herkenning te voorkomen zou de sabotageploeg uit Bolsward de overval in Sneek uitvoeren. Leider was Piet Cnossen, een politieman en een ervaren KP-er (lid van een Knokploeg), maar de hoofdrol was weggelegd voor ‘Duitse Peter’. Dit was een voormalig militair, die uit het Duitse leger was gedeserteerd.

In Duits uniform brengt ‘ Duitse Peter’ op 6 maart 1945 om een paar minuten over zes uur in de ochtend, samen met de in politie-uniform gestoken Cnossen, een zestal armzalige houtdieven op. Vermoeid en bibberend van kou en ellende duwen ze een handkar met bijlen en een zaag voort. De houtdieven zijn in werkelijkheid leden van de overvalploeg.

Nadat de deur voor hen geopend is, stappen ‘Duitse Peter’ en Cnossen naar binnen, de angstige houtdieven tussen hen in. In snauwerig Duits eist Peter dat er assistentie komt om de gevangenen op te sluiten. Terwijl buiten een dekkingsploeg in angstige spanning afwacht, halen de houtdieven hun wapens uit de handkar en worden binnen de bewakers en de commandant  in een cel opgesloten.

Vervolgens worden acht gevangenen bevrijd. Op kousevoeten steken ze het Martiniplein over, naar de HBS aan de Singel, waar weer een veilige schuilplaats is gemaakt.

Dokter Bonga en zijn schoonzuster worden verstopt op een adres aan het Grootzand.

Geraadpleegde literatuur

  1. van Amstel en A. Booij, De Waag staat in brand(uitgegeven in opdracht van de Stichting Sneek 1940-1945, met steun van het Old Burger Weeshuis en de gemeente Sneek) Leeuwarden, 1995.