Kinderschoentjes

Kinderschoentjes

Een van de leden van het Canadese Perth Regiment dat betrokken was bij de bevrijding van Delfzijl, was Norrys Chadwick. Het regiment was nog maar in Italië, toen Chadwick langs de kant van de weg een paar kinderschoentjes vond. In mei 1990 stuurde hij ze naar de gemeente, met het onderstaande verhaal.

Mijn mascotte

Als soldaat van het Perth Regiment waren we in opmars in Italië. We marcheerden aan beide kanten van de weg. Ik was aan de linkerzijde toen ik een paar kleine schoentjes ontdekte in een lager gelegen gedeelte van de weg. Ik glipte uit de rij en nadat ik de plaats goed had nagekeken op valstrikken verborg ik de schoentjes snel in mijn uniform. Toen we eindelijk stopten om te rusten haalde ik de schoentjes tevoorschijn en vroeg me af wat ik ermee moest doen. Na ampel beraad besloot ik ze te houden als mijn mascotte, dus gingen ze weer terug in mijn bagage. Eens leende ik ze uit aan één van de jongens die verlof had en voelde me een beetje ongemakkelijk totdat ze weer veilig op de plaats waren waar ze hoorden. Ze bleven bij me als talisman gedurende de hevige gevechten op de Ariëlla Ridge, de Duivelskloof, zoals we het noemden, de Gustaf Line, Hitler Line en Liri Valley. Het was aan de noordzijde van de Foglia rivier toen ik er zeker van was dat de schoentjes mij geluk brachten.

Mijn jeep werd geraakt door een granaat. Het was donker, ik zat onder het bloed en het gesuis in mijn oren was zo erg dat ik niets meer kon horen. Ik dacht dat ik dood was, totdat ik mezelf kneep. Britse soldaten kwamen naar me toe, toen ze me uit een kapotte struik zagen klimmen en ik vroeg hun of ze mijn jeep ook hadden gezien. Ik kon hun niet verstaan, dus begonnen ze te wijzen. De jeep was een ravage, hij lag op zijn zij, de radiateur was stuk, de bad was kapot gescheurd en het leer was van het stuur, maar ongeschonden hingen daar nog steeds de schoentjes aan de choke. Wat een opluchting dat we beiden nog heel waren. Na een medisch onderzoek ging ik weer terug naar mijn eenheid, mijn schoentjes weer veilig opgeborgen in mijn bepakking.

We bleven samen gedurende de andere gevechten bij Gothic Line, Montecchio, Point 204, Coriano Rodge, Rimine, Savio, Lamone Crossing, Fossio, Munnio, Ravenna totdat we eindelijk Italië verlieten en landden in Marseille (Frankrijk). Ik verzekerde me ervan dat de schoentjes veilig in mijn uniform zaten om me geluk te brengen, wat de toekomst ook nog voor mij in petto zou hebben. We werden gelegerd ten noorden van de Belgische grens, voor drie weken rust.

Ik werd aangesteld op een anti- tankgun waarin mijn schoentjes en ik in actie kwamen in Nijmegen, Driel, Arnhem, Oosterbeek, Harderwijk, Holwierde, Nansum en uiteindelijk Delfzijl. In Delfzijl hing ik de schoentjes aan de anti-tankgun voor het geval ik mijn bepakking zou kwijtraken in de hevige gevechten.

Toen de oorlog voorbij was werden we gelegerd in een klein stadje: Sneek. We herdoopten de stad in Stradford. De familie waar ik verbleef heette Hoogland. Ze woonden toen aan de Parallelweg 46. Jelle, Henny en de heer en mevrouw Hoogland. In Leeuwarden woonde een zuster van de heer Hoogland, mevrouw De Jong-Hoogland.

Via via hoorde ik dat deze mevrouw schoentjes nodig had voor één van haar kinderen en ik besloot dat als ik de schoentjes niet meer nodig had, ze beter een paar kindervoetjes warm konden houden. Dus gingen ze naar mevrouw De Jong-Hoogland.

Met de ms ‘Queen Elizabeth’ keerden we terug naar Stradford waar we op 16 januari 1946 arriveerden in ijzige kou en sneeuwbuien. Ik was de schoentjes eigenlijk al weer vergeten tot dat ik in 1980 een pakket en een brief uit Holland ontving. Toen ik het pakket opende zag ik tot mijn verrassing de schoentjes. In de brief bedankte mevrouw De Jong-Hoogland mij nogmaals voor de schoentjes. Helaas hadden ze geen van de kinderen gepast, dus had ze de schoentjes een plaatsje gegeven op de schoorsteenmantel. Naarmate mevrouw De Jong-Hoogland ouder werd vond ze eigenlijk dat de schoentjes terug moesten naar de eigenaar. Daarna hebben de schoentjes een plaatsje gehad op mijn schoorsteenmantel.

Nu de tijd verstrijkt besef ik steeds meer het gezegde: ‘Old soldiers never die, they just fade away’ (‘Oude soldaten sterven niet, ze vervagen gewoon’). Toch heb ik het gevoel dat de kleine schoentjes hun laatste ‘rustplaats’ moeten hebben in de Schutterskamer van het stadhuis in Sneek. Samen met mijn verhaal.

Norrys Chadwick

Foto © Simon Bleeker.