Eerste overval

Eerste overval

De goed gelukte overval op de gevangenis te Leeuwarden is mede dankzij de film die hierover is gemaakt, wel de meest bekende overval van de Tweede Wereldoorlog.

In Sneek zijn ook twee goed gelukte overvallen gepleegd, waarbij in totaal 28 gevangenen werden bevrijd.
Bontje
Bij de overvallen speelde de politieman en latere rechercheur Dick J. Brouwer een grote rol. In het verzet was hij bekend onder zijn schuilnaam Bontje.
Hij was in het verzet terecht gekomen via de groep Lever. Jarenlang leidde hij een dubbelleven: enerzijds was hij een correcte politieman, anderzijds een illegale werker.

Brouwer werkte op het politiebureau te Sneek, gevestigd aan het Martiniplein. Dit bureau werd gedurende de laatste oorlogsmaanden door de bezetter gebruikt om ondergrondse werkers en onderduikers voorlopig op te sluiten. Verschillende keren hebben verzetsgroepen hieruit gearresteerde medestrijders bevrijd en weten te behoeden voor een wisse dood. De koelbloedige en slimme ‘Bontje’ was hierbij onmisbaar. Hij moest omzichtig te werk gaan, want vanaf 23 december 1944 was een groep van vijftien man van de Duitse Sicherheits Polizei op ‘zijn’ bureau te Sneek gestationeerd.

 

Wat vooraf ging

Bij de eerste overval werden twintig arrestanten uit het politiebureau bevrijd.
Ze hadden opgepakt kunnen worden doordat met de arrestatie van twee topfiguren uit het verzet, op 3 februari 1945 in Tjerkwerd, de administratie van de Binnenlandse Strijdkrachten in Duitse handen was gevallen. Als gevolg hiervan werden tientallen verzetsmensen gearresteerd, gedood of opgesloten. Velen van hen werden naar het bureau in Sneek gebracht.
Het bureau in Sneek was eigenlijk te klein om zoveel mensen te bergen. Het was duidelijk dat binnen niet al te lange tijd een aantal arrestanten naar elders zou worden overgebracht. Daarom was het noodzakelijk snel tot handelen over te gaan. Op zondag 11 februari beraamden de KP-ers (leden van een zogeheten Knokploeg) Haitze Wiersma (Schuilnaam Wytze), Chris Hofing (Arie), Gerard Reeskamp (Harry), J.G. Visser (Jelle), Gerben Oppewal (Gerard), Dick Brouwer (Bontje), Berend Hento, Johannes Kingma, Jan Dijkstra, Doede Boomsma, Piet Hoving en Piet Bekkema een bevrijdingsactie. Ze besloten een insluitingslist te gebruiken en gingen nog diezelfde avond tot actie over.

De KP-ers – van wie een aantal ook mee had gedaan aan de overval op de gevangenis te Leeuwarden – verzamelden zich in de Rijks HBS aan de Westersingel. Om represailles te voorkomen zou slechts in uiterste noodzaak geschoten mogen worden.

De overval van 11 februari 1945

Dick Brouwer begon om 22.00 uur aan zijn dienst. In het politiebureau trof hij vier nazi’s aan die door de gangen patrouilleerden. Verder was er een SD-commandant die al gauw naar een kamertje boven in het bureau vertrok en daar in slaap viel. In het wachtlokaal beneden zaten drie landwachters, van wie er twee eveneens indommelden. De derde bleef wakker. Tenslotte was er nog een Sneker politie-agent, die door Brouwer werd gewaarschuwd, dat er wel eens iets zou kunnen gaan gebeuren.

In het wachtlokaal verstreken de uren zonder dat Brouwer iets kon uitrichten. Maar om kwart over vier ’s morgens zag hij zijn kans. Toen de wakker gebleven landwachter naar boven ging om de SD-er te wekken, snelde Brouwer naar de garage en zette de deur op een kier. Voordat de SD-er beneden was, zat Brouwer al weer achter zijn typemachine. Vanaf dat moment was het wachten tot de overvalploeg op het afgesproken tijdstip naar binnen zou sluipen.

Bevrijding zonder kogels

Om vijf uur ’s morgens klinkt het dan plotseling ‘handen omhoog’. De groep overvallers dringt het politiebureau binnen. Onder dreiging van een pistool wordt de bewaker uit het kamertje boven gehaald. Samen met de andere landwachters, de SD-er, de politieman en Brouwer, wordt hij opgesloten in een cel.

De arrestanten worden bevrijd. Ze moeten op kousevoeten naar buiten sluipen. De bevrijders hebben sokken om hun schoenen gedaan. Geruisloos rennen ze van het Martiniplein naar de Westersingel. Daar heeft conciërge K. Bijlsma in de HBS een schuilplaats gereed gemaakt.

Om de voorkomen dat de Duitsers met speurhonden het spoor naar de schuilplaats konden volgen, werd peper op de straat gestrooid.

In het politiebureau lukt het Brouwer de verdenking voor betrokkenheid bij de overval op een van de landwachters te laten vallen. Ook voor hem loopt de overval goed af.

De bevrijdingsactie was verlopen zonder dat er een schot werd gelost en zonder dat er doden of gewonden vielen.

Geraadpleegde literatuur

  1. van Amstel en A. Booij, De Waag staat in brand(uitgegeven in opdracht van de Stichting Sneek 1940-1945, met steun van het Old Burger Weeshuis en de gemeente Sneek) Leeuwarden, 1995.

De heer Wijbe Boomsma uit Lelystad was zo vriendelijk op 9 mei 2005 een aanvulling te geven op de leden van de knokploeg. Hij wist ook te vertellen dat de heer Dijkstra later in de oorlog dodelijk getroffen is door Duitse kogels bij een poging te ontsnappen aan gevangenneming op de scheepswerf  ‘de Helling’ van Dirk Boomsma aan de Oude Oppenhuizerweg te Sneek.