Martinikerk

De aanblik fan de Martinikerk su at je die nou siene, wurdt hoofdsakelijk bepaald deur twee perioden uut de geskiedenis van de kerk. Periode 1 is die fan een tufstenen kerkje dat tussen 1050 en 1100 op hetselfde plek bouwd werd dat rond 1300 ferfongen werd deur een groater gebouw fan baksteen. Periode 2 is een ramp die in 1681 gebeurde en de gefolgen dêrfan.

Ezelsbruggetsje
Eerst even een ezelsbruggetsje. In dit ferhaaltsje komme de aandudingen west en oost foor. Het is faak lastig om je foor te stellen wêr west en oost (en noord en sud) is, maar omdat Sneek om de kerk heen bouwd is en de kerk het middelpunt was, is het in dit gefal makkelijk. West is de kant fan de Westersingel en oost is de kant fan de Oosterdijk. En om het even kompleet te maken: noord is de kant fan de Noorderhornes en súd is de kant fan het Zuidend.


Om het tufstenen kerkje dat een kleine duzend jaar leden bouwd werd terug te fienen, mut je in de kerk self weze. De suilen fan het middenskip hewwe namelijk de butenmuren van dat ouwe kerkje as fundament. Dat middenskip is het breedste middenskip fan Friesland, het is 12 meter breed. Tufsteen is overigens een natuurlijke steen van vulkanisch materiaal.

De bakstenen kerk fan 1300 kreeg aan de westkant een imponerend uterlijk, met drie torens. In 1498 werd aan de oostkant begonnen met de bouw fan het Oosterkoor. Toen dat klaar was werd tussen het nieuwe koor en het westfront fan 1300 een nieuw kerkskip bouwd, dat ook zijbeuken kreeg. Dat binne die lagere stukken aan de sijkant.


Instortingen in 1681 en 1682
Deur de slappe ondergrond, in kombinatie met de fundering die nooit aanpast was, begon de kerk te fersakken. De pijlers tussen het middenskip en de sijbeuken barstten kapot, de gewelven skeurden, der kwam kalk en puun naar beneden en de twee butenste torens helden foorover. Tidens een storm op 10 september 1681 stortte de ingangspartij, de middelste toren, in.

Later folgden der nog twee instortingen. Bij een instorting in 1682, se waren toen al met de herbouw bezig, kwamen twee meensen om het leven.

De toestand van het kerkgebouw was su slecht, dat de drie torens helemaal afbroken wurde moesten. Fanwege de slappe ondergrond kreeg het gapende gat aan de westkant geen nieuw front met torens, maar een driekantige afsluting.

Ferder werd in 1683 de kap fan de kerk haald, sudat de muren fan het kerkskip vier meter lager maakt wurde konden. Dêrna werd de kap terugplaatst. Al met al was de kerk toen een heel stuk lichter wurden en was er geen gefaar meer foor nieuwe fersakkingen en instortingen. Su ken je aan de binnenkant en aan de butenkant een heel stuk geskiedenis fan de kerk afleze.

Lees hier dit ferhaal met de reacties op Facebook