De Zoutkeet op het eiland Malta

In de wiek Malta is een eilandsje opnomen dat froeger in de Geeuw lei en dat ok Malta heette. At je deur de wiek lope suden je niet denke dat er een eiland an ten grondslag werop sich heel wat en heel ferskillende bedrievigheid op afspeult het.

Het eilandsje heette al su in 1764. Dat is bekend deurdat het toen te koop anboden werd in de Leeuwarder Courant. “Een polle lands genaamd “’t eijland Malta”, groot 1 Pdm, aan de Geeuw te Sneek, met huizinge en buithuis daarop, zeer gevoegelijk tot het stichten van een windmolen of ander bedrijf”.

Der kon dus een bedrief op stichten wurde en dat gebeurde ok.

In 1788 was Jan Tieses Tiezema (1761-1818) eigenaar en hij bouwde der een kalkwerk op.  De kalkovens fan Tiezema hewwe het niet lang uuthouden en met Jan Tiezema ging het ok niet su goed. In 1789 was hij nog burgerhopman, een functie die alleen wegleid was foor welgestelde burgers, maar in 1799 ferkoopt hij sien besittingen an de Singel, de Kleine Palen en Malta met de kalkovens. Koper fan Malta wurdt ene H. Boonstra.

Even later later het hij een klein baantsje bij de gemeente en huurt hij een pand “achter de Kruizebroederstraat”. Eerst wurdt hij “poortier”, poortwachter, maar in 1810 krijt hij ontslag “wegens nalatigheid” en dêrna wurdt hij korenmeter, korenafweger, ok al niet een baan wêrmet je skoore kenne op feesten partijen. Toen hij in 1818 overleed “behoorde er geen onroerend goed tot de nalatenschap”.

De reden fan Tiezema’s financiele neergang is mij niet bekend. Sien “nalatigheid” doet fermoeden dat het (deels?) an hem self lei, maar hij leefde ok in een roerige tied en miskien is hij het slachtoffer wurden fan politieke opfattingen die niet met die fan hem overeen kwamen.

In 1801 krijt Malta met dêrop de kalkovens weer een nieuwe eigenaar: Sjouke Ruurds Visser (ca. 1745-1818). Sjouke Visser was de fader fan Jacob Sjoukes Visser, de jonge die in 1814  uut het leger fan Napoleon had weten te ontsnappen. Toen de jonge bij Joure was trok er vanuut Sneek een hele float skepen op uut om hem op te halen. Dat was het begin fan de Sneker Hardzeildag.

Fader Sjouke Visser liet de kalkovens afbreke en de bijgebouwen ombouwe tot een soutsiederij. At je het woord siederij fertale wille, mut je denke an het Friese “iten siede” = eten koke, of an “ziedend van woede”. Onder een fan de gebouwen werden kelders anleid wêrin seewater opslagen werd. Dat water lieten ze over ferhitte takken strome, sudat het sout op die takken kristalliseerde. Toen Sjouke Visser in 1818 overleed verkocht sien weduwe het eiland met alle gebouwen der op.

De nieuwe eigenaar werd Sjoerd Gerbens Pranger (1784- na 1828) uut Woudsend. Hij begon er een fellebloaterij, maar tien jaar later ferkocht ok hij alles weer.  De soutsiederij het dus maar tussen de 17 en de 27 jaar functioneerd. Toch is de naam fan de Zoutkeet onferbrekelijk met Malta ferbonden.

Lykele Jetzes Bakker (1797-1846) uut Sneek kocht ferfolgens het eiland met de opstallen en begon er een weverij en blauwververij. De kleur die toen helemaal in was, was Nassaus blauw. De kleur fan de kousen fan de mannen in de Snitser Skotsploech. Met de familie Bakker kwam er rust op het eiland. De Bakkers hewwe het tot in de twintigste eeuw in besit had.

Dit is een aquarel die Ids Wiersma in 1914 fan de Zoutkeet maakte. Het gebouwencomplex was toen al lang geen zoutkeet meer, maar eigendom fan de familie Bakker die er een handweverij annex blauwververij in had.
Rechts dat deel fan het gebouw wêr de kelders voor opslag fan het soute seewater onder saten. De groate waterputten binne in 1951 herontdekt. Niet lang daarna is de zoutkeet sloopt.
Het uutstekende deel het een wat se Vlaamse gevel noeme, een uutbouw met een luifel en een klokgevel. Op de bovenverdieping achter die gevel was een mooie “herenkamer” inrichten. Op mooie zomeravonden of sondmiddagen gingen de eigenaren hier naar toe om fan het uutsicht te genieten.
Helemaal rechts een spinnekopmolentsje.

In de tied fan de familie Bakker het de bekende kunstenaar Ids Wiersma een prachtige aquarel fan de Zoutkeet maakt, hoewel het toen dus al lang geen zoutkeet meer was.

De houthaven van houthandel Ter Horst. De bomen lagen hier te wateren om later verzaagd te kunnen worden. Ter Horst was de laatste eigenaar fan het eilandsje. Op de achtergrond de gebouwen van de Zoutkeet. Heel faag ken je het houten brugje onderskeide wêrover je op Malta kwamen.
Foto: Fries Scheepvaart Museum.

Na de familie Bakker werd het eiland (in 1941?) eigendom van de familie Ter Horst, van de houthandel. Het gebouw was langsamerhand tot een ruïne ferwurden en werd uuteindelijk rond 1954 afbroken. Op het plek fan de Zoutkeet staat nou een woanhuus.

Lees dit ferhaal met de reacties op Facebook