De Sneker Hakpartij

Op sondagavond 18 september 1892 vond er in Sneek een heftige knokpartij plaats tussen de pliesie en socialisten. Die knokpartij staat bekend as de Sneker Hakpartij. Niet foor niks HAKpartij, want de getrokken sabel kwam er an te pas.

Op die dag hadden Hessel Poutsma (Terwispel 1866 – Pretoria 1933) en Foeke Kamstra (Sneek 1870 – Alkmaar 1950) een kiesrechtmeeting in Den Haag besocht. Er was in 1892 nog lang geen sprake fan algemeen kiesrecht. Alleen mannen mochten stemme of koazen wurden, en dan alleen mannen die een bepaalde welstand hadden en leze en skrieve konden. Pas 25 jaar later, in 1917 kwam er algemeen kiesrecht foor mannen, in 1919 foor frouwen.

Besoek an de meeting in Den Haag lei gefoelig. Het was een aktie met een sterk socialistische inslag. De bekende sociaal-anarchist Ferdinand Domela Nieuwenhuis en de socialist Pieter Jelles Troelstra suuden der spreke. De burgemeester fan Den Haag had de meeting ferbiede willen en er werden bij foorbaat al troepen(!) insetten om hem te foorkommen en/of de orde te handhaven. Desondanks trokken er duuzenden meensen uut heel het land naar toe.

Een foto fan Hessel Poutsma (Terwispel 1866-Pretoria 1933). Hij komt uut de collectie fan het Fries Foto Archief dat een onderdeel is fan Tresoar in Leeuwarden.

De hoofdpersoanen
Ok Hessel Poutsma en Foeke Kamstra uut Sneek gingen der heene. Met dank an de treinferbiening met Staveren, die in 1885 opend was. Hessel Poutsma was affaardigde fan de afdeling Sneek fan de Nederlandsche Bond foor Algemeen Kies- en Stemrecht, Foeke Kamstra was foorzitter van de afdeling Sneek van de Sociaal-Democratische Bond (SDB).

Kamstra (1870-1950) had een beddensaak in Grootzand 39. Nadat hij in 1904 verhuusde naar Blaricum, is dit pand bij nummer 37 trokken en verbouwd. Kamstra bleef actief in de politiek, maar begon in 1927 ok te skilderen. In de collectie van het Fries Scheepvaart Museum zit een skilderij dat Foeke Kamstra maakt het.

Poutsma (1866-1933) was in Sneek in 1889 een eigen krant begonnen, de Sneeker Courant (niet te ferwarren met de Nieuwe Sneeker Courant fan sien neef Hessel Brandenburgh, die feul gesagsgetrouwer was). Poutsma skreef in sien krant onder andere over de slechte woningtoestanden in Sneek. Nou waren de woningtoestanden foar arme meensen in heel Nederland ferskrikkelijk slecht, maar in lang niet elk plek werd in de krant over skreven. En seker niet met su’n flijmskerpe pen su as Poutsma die foerde. Een belangrieke redacteur fan die krant was Pieter Jelles Troelstra, wêrdeur de Sneeker Courant nog linkser werd dan-ie al was.

Het maakte Hessel Poutsma niet geliefd bij de gefestigde orde in Sneek. Hij hield self ok wel spreekbeurten en stond erom bekend dat hij provoserende uutspraken deed. De combinatie fan een provocerende Poutsma en een opfliegende pliesieman à la Bromsnor sal der an bijdragen hewwe dat een confrontatie tussen die twee eskaleerde.

Wat er gebeurde
Toen Poutsma en Kamstra met de laatste trein uut Staveren bij het station fan Sneek arriveerden, werden ze opwachten deur sympathisanten, die hun in optocht, met banieren en flaggen, en al strijdliederen singend begeleidden op hun weg naar huus. Ik laat nou folge wat de Nieuwe Sneeker Courant skreef.

“Zoodra de reizigers uit de 9 uur-trein waren gestapt, zette de gansche stoet koers naar de Noorderpoort, onder het zingen van een krachtig socialistisch lied en geëscorteerd door de Commissaris van Politie en twee agenten. Even voor de Vischmarkt was ‘t: “In naam des Konings!” uitscheiden met zingen of uitmekaar. (De Commissaris sal fan alteraatsie wat in de war weest hewwe, want in 1892 was Emma al twee jaar regentes foor Wilhelmina, aB)

Geen dreigement hielp, ’t was lachen niet, zoo heb je niet. Sommatie op sommatie volgde daarna, totdat Commissaris en agenten begrepen, dat de doove menigte moest voelen, eer ze tot bezinning kon worden gebracht. Over wat er thans gebeurde, zwijgen we liever. Misschien zal een sabel van een der agenten nog kunnen vertellen, hoe duchtig er op ingehouwen is. Bij de Burgstraat werd er niet zuinig door inmiddels toegeschoten versche agenten op losgeslagen”. Folgens de Leeuwarder Courant ging het om “niet malsche slagen”. Der werd dus flink in omhuft.

Hoe het afliep
Poutsma woande Kruizebroederstraat 43, wêr hij ok sien drukkerij had, en werd deur de Commissaris gelasten om naar huus toe te gaan. Hij deed dit en “zijn trawanten zaten hem direct op de hielen en ’t gevolg was, dat vóór ’t bureau van zijn blad zich een groote menschenmassa ophoopte.

Onder de trap fan het stadhuus werden froeger wel meensen foor korte tied opsloaten. De echte gevangenis stond fanaf 1846 tot 1923 an de Kleine Kerkstraat.

Poutsma ging daarop met zijn vriend Kamstra naar de Marktstraat, waar eenige agenten hem temidden van honderden menschen oplichtten (P. werd arresteerd, AB) en onder het stadhuis brachten (P. werd onder de trap fan het stadhuus opsloaten, AB). Velen onder het volk eischten dat de gevangene zou worden losgelaten, aan welk verzoek de Commissaris van Politie voldeed, onder voorwaarde dat Poutsma zich naar huis begaf”.

Der kwam een rechtszaak fan “wegen deelname aan samenscholing”. De eis voor Poutsma en vijf andere beklaagden was drie weken gevangenisstraf, maar de rechtbank het se uuteindelijk toch frijsproken. Poutsme ferhuusde niet lang na dit foorfal naar Amsterdam en fertrok in 1899 naar Zuid-Afrika, wêr hij in 1933 overleed.

Lees dit ferhaal met de reacties op Facebook