Bargehok

De ferplaatsing fan de feemarkt in 1930 fan het Martiniplein naar het Geeuwdal achter de Stationsstraat was geen overboadige luxe. De ruumte was feul te krap en foldeed bij lange na niet meer an de wettelijke eisen.

Eerst even over de ruumte.
De anfoer fan fee dat der een plekje krije moest, steeg gedurig.
Tussen 1900 en 1910 werden der gemiddeld elk jaar 92.000 stuks fee anfoerd, in 1927 waren dat er 132.000. Maar liefst 40.000 meer dus. Der moest met de ruumte woekerd wurde en af en toe fiel der ok wel es in koe of een kalf in de Westersingel.

Al die beesten moesten naar Sneek bracht wurde met de boat, de trein of de auto, en ok weer afvoerd wurde. Der waren dus meters kade en een soad parkeerruumte foar nodig.

De ferwachting was dat as de Afsluitdijk klaar was (dat was in 1932 het gefal) , der ok nog es anfoer fanuut Noord-Holland komme suu. Dat viel achteraf wat tegen, weet dat fantefoaren maar es. Mien oma sei in dit soort gefallen: “Fan achteren kiek je een koe het best in de kont”, om maar es een toepasselijke uutdrukking te gebruken.

De feemarkt was in de loop der tieden al een paar keer uutbreiden. Sinds 1859 had der op het Martiniplein een gasfabriek staan. Toen die in 1903 ferplaatst was naar de Almastraat werden de gebouwen afbroken en was de frijkomen ruumte bij de feemarkt trokken.
Ok een deel fan het Oud Kerkhof werd der bij bruukt. Dêr werd in het ferfolg de biggen- en farkensmarkt houden.

Op het plek fan Martinistate stonden toen twee skoalen, het gymnasium en een openbare lagere skoal. De lagere skoal is ombouwd tot farkenswegerij ofewel het “bargehok”. Nadat de feemarkt ferhuusd was, is de brandweerkazerne dêr in komen.

Het "bargehok" an wat later het Martinilein wurde suu.

Het gymnasium en de skoalen an het Oud Kerkhof hadden op dinsdag best last fan de feemarkt. De leraren konden soms niet boven het gegil van de farkens en het geloei fan de koeien uutkomme en der kuierde ok wel eens een farken de skoal in. Dat der dan weer uutjagd wurde moest. Het kwam de concentratie niet te goede.

In die tied is ok een echt Sneker lied ontstaan, wat op de skoalen in de stad songen werd as de grote fakaansie begon.

De skoal dat is ’n bargehok,
Hoezee!
De groatste barg staat foor de klas (“Het groatste swijn”, mocht ok)
en slaat je op de ribbekast.
Hoezee, hoezee, hoezee!
Hoezee, hoezee, hoezee!

Dan nog even wat over de wettelijke eisen.
De Veewet skreef foar dat feemarkten die ’t faker as een keer in de maand houden werden, afskeiden weze moesten fan de openbare weg. De feemarkt fan Sneek foldeed der natuurlijk niet an. De gemeente kreeg ontheffing omdat de toegangen naar de openbare wegen op feemarktdagen afsloaten werden. Der werden hekken setten foor de Kerkgracht, de Westersingel, de Oude Koemarkt en wêr dat mar noadig weze mocht.
Foaral het afsluten fan de straat bij het klokhuus en foor het bargehok en het gymnasium (Martinistate) langs was erg lastig en hinderlijk foor het ferkeer.

Alle reden dus om de feemarkt te ferplaatsen naar een meer geskikt terrein.

Lees dit ferhaal met de reacties op Facebook