R.K. Begraafplaats

R.K. kerkhof

Het Rooms Katholieke kerkhof aan de Leeuwarderweg staat op de lijst met Rijksmonumenten.
De officiële omschrijving die is afgegeven door de Rijksdienst van Monumentenzorg, staat hier onder.

Inleiding 

De BEGRAAFPLAATS van de Rooms Katholieke St. Martinuskerk te Sneek ligt in het noordwesten van de stad, ten westen van de Leeuwarderweg, in de hoek die deze vormt met de Berkenlaan. De toegang naar de begraafplaats is naar het zuidoosten gericht.
Het kerkbestuur kocht in 1890 voor ƒ 8.000,- een ruim 2 hectare groot stuk grond tussen de voormalige Leeuwarderstraatweg (nu Leeuwarderweg) en de Zwette. De aanleg heeft in 1892 plaatsgevonden.
In 1848 is grondwettelijk de vrijheid van godsdienst vastgesteld en vanaf die tijd ontstond voor de katholieken de mogelijkheid om weer nieuwe kerken te bouwen. Elders in Friesland (St. Nicolaasga en Wytgaard b.v.) waren vanaf die tijd al nieuwe roomskatholieke begraafplaatsen aangelegd bij de nieuwe kerken. Ook voor de katholieke gemeenschap in Sneek was de aanleg van een eigen begraafplaats een betekenisvol moment in hun geschiedenis.

Omschrijving
Het toegangshek bevindt zich aan de Leeuwarderweg. Vanaf het hek loopt de oprijlaan -ruim 100 meter lang en 5 meter breed- in noordwestelijke richting en mondt uit op een nagenoeg rechthoekig opgehoogd terrein van ongeveer 100 bij 50 meter dat door een sloot wordt omringd. De rechthoek bestaat uit vier perken die doorkruist worden door rechte paden. De kapel bevindt zich aan de oostzijde van de rechthoek, de Calvarieberg aan de korte, noordelijke zijde ervan. Ontwerper van de aanleg van de begraafplaats en toegangsweg was de toenmalige gemeente-architect J. Hogendijk; ontwerper van de kapel, de doodgraverswoning, het toegangshek en de gemetselde voet van de Calvarieberg was architect J. W. Boerbooms uit Arnhem.

Waardering 

De begraafplaats uit 1892, horend bij de Rooms Katholieke St. M Martinuskerk te Sneek, is van algemeen cultuurhistorisch en architectuurhistorisch belang:
– als bijzondere uitdrukking van een bestuurlijke en een geestelijke ontwikkeling;
– vanwege de hoogwaardige esthetische kwaliteiten van het ontwerp;
– vanwege de bijzondere samenhang tussen de samenstellende onderdelen;
– vanwege de situering verbonden met de uitbreiding/ontwikkeling van de stad;
– vanwege de gaafheid van de aanleg en de meeste samenstellende onderdelen;
– vanwege de architectonische kwaliteit van de samenstellende onderdelen;
– vanwege de structurele en visuele gaafheid van de stedelijke omgeving;
– vanwege de typologische zeldzaamheid op provinciaal niveau.

Inleiding
Het TOEGANGSHEK maakt deel uit van het ontwerp van de Rooms Katholieke begraafplaats van de St. Martinuskerk te Sneek. Op de binnenste pijlers is de wijdingsdatum te lezen die in gotiserende cijfers is aangebracht: 23 november 1892. Het toegangshek bevindt zich aan de zuid-oostzijde van de begraafplaats, voor de achterliggende, brede laan.
Ontwerper van het hek (en de begraafplaats) was de toenmalige gemeente-architect, J. Hogendijk; hij ontwierp het hek in een stijl waarin elementen van de Art Nouveau zijn toegepast.

Omschrijving
Het toegangshek bestaat uit vier forse pijlers met vierkant basement -die symmetrisch en gepaard zijn geplaatst- en vier gietijzeren hekdelen; de pijlers hebben een vierkante basis en worden aan de zuid-oostzijde verrijkt met vier lagere pijlers op basement. De basementen zijn van natuursteen, de pijlers zelf van baksteen met natuurstenen, tentvormige pirons met bloemvormige top en banden. Het gietijzeren hekwerk bestaat uit twee openslaande delen, links en rechts tussen de gepaarde pijlers gezet en een breed, uit twee openslaande delen bestaand, middendeel. Ieder deel bestaat uit korte en lange spijlen met dwarsverbindingen.

Waardering
Het toegangshek, horend bij het complex van de Rooms Katholiek begraafplaats uit 1892 van de St. Martinuskerk te Sneek, is van algemeen cultuurhistorisch en architectuurhistorisch belang: – vanwege de esthetische kwaliteiten van het ontwerp; -vanwege de architectonische gaafheid; – als essentieel onderdeel van een complex dat van algemeen cultuurhistorisch belang wordt geacht: – in relatie tot de structurele en visuele gaafheid van het complex en de stedelijke omgeving.

Inleiding
De KAPEL, horend bij het complex van de BEGRAAFPLAATS van de Rooms Katholieke St. Martinuskerk te Sneek ligt in de zuid-oosthoek van het terrein en is naar het noordwesten gericht. De ontwerper van de kapel was architect J.W. Boerbooms uit Arnhem, die ook de doodgraverswoning, het toegangshek en de gemetselde voet van de Calvarieberg heeft ontworpen. Aannemer voor de bouw van de kapel was J. van der Steele te Sneek, die het werk leverde voor ƒ 10.150,-. In december 1892 werd de kapel opgeleverd. In de gevelsteen, die in de oostgevel is geplaatst, is te lezen: “Th.B. 18 15/9 92” ter herinnering aan de eerste steenlegging door pastoor-deken Theodorus Brouwer. Pastoor Brouwer was lid van het St. Bernulphus gilde, dat voorstander was van het gebruik van de neo-gotische stijl.

De kapel is in een vrij sobere stijl gebouwd, herkenbaar binnen de traditionele bouwtrant, gebruikelijk voor een dergelijk kerkelijke gebouw, waarbij elementen van neo-romaans en de neo-gotiek naast elkaar worden gebruikt.
De kapel is in 1990 grondig gerestaureerd door aannemersbedrijf Bootsma te Oosterwierum.
Van het INTERIEUR van de kapel komt uitsluitend het natuurstenen ALTAAR in aanmerking voor bescherming van rijkswege; ook het altaar is in 1990 gerestaureerd. De kapel had oorspronkelijk geen altaar. Kort na de bouw van de kapel is, na toestemming van de aartsbisschop van Utrecht, in 1906 het huidige altaar geplaatst. Aan dit altaar kon een keer in de maand, van april tot november, een Heilige Mis kon worden opgedragen. Het altaar werd, dankzij een gift van dhr. R.J. Visser, voor ƒ 300,- door de Firma Wed. L. te Riele te Deventer geleverd. De églomiséeplaten aan de voorkant van het altaar zijn vervaardigd door W. Mengelberg te Utrecht. Bij de restauratie is het stucwerk in de kapel geheel vernieuwd: ook het meubilair is vervangen. De vernieuwde interieur-onderdelen komen niet in aanmerking voor bescherming van rijkswege vanwege het ontbreken van monumentale waarde. 

Omschrijving
De kapel heeft een rechthoekige plattegrond, is 10 meter lang en 5 meter breed en wordt gedekt door een zadeldak met ruitvormige leien. De achterzijde bestaat uit een driezijdige absis. Op de nok staat een dakruiter met klok (uit 1949) op twee gebintvormige pilaartjes; op de achtkante spits staat een gietijzeren kruis.
De gevels zijn uit bruine Waalse baksteen opgetrokken en worden door siersteunberen in traveeën verdeeld, waarin de vensters zijn geplaatst.
De voorgevel, een tuitgevel met toppilaster, wordt aan weerszijden door twee steunberen versierd en op de top afgerond door een gemetselde daklijst. In het midden bevindt zich de hoofdingang. Boven de brede, dubbele houten ingangsdeur bevindt zich een groot drielichts-venster met driepas-achtige boog. Hierboven, in de top, drie spitsvormige spaarvelden met ontluchtingsgaten en roosters, met brede gemetselde tussenstijlen en in het midden een houten vierkante zolderdeur.
De vensters in de gevels, tien in totaal, zijn alle van glas-in-lood voorzien. Acht glas-in-lood ramen zijn afkomstig uit de St. Martinuskerk te Martenshoek bij Hoogezand-Sappemeer en vervaardigd in het atelier Nicolas & Zonen uit Roermond. Deze zijn in de koorafsluiting geplaatst en in de voorgevel. Van de vensters in de zijgevels heeft er één een bloemrozet uit de kerk in Martenshoek, de andere rozetten zijn nagemaakt.
Het natuurstenen altaar, in de absis, staat op een rechthoekige stenen verhoging met betegeld vierkant motief in het midden en is voorzien van een gedecoreerd antependium. Hier worden van links naar rechts, binnen de omlijsting van drie neo-gotische spitsvensterachtige ruimtes zijn Paulus, Christus en Job afgebeeld. De afbeeldingen worden gescheiden door dunne zuiltjes. De bijbehorende teksten verwijzen naar de eenwording van Christus (Fil. 3:9 en 29, Joh. 11:25 en Job 19:25). Op de opstaande rand aan de achterzijde van de altaarsteen is te lezen: “Esca viatorum domuit qui crimina mundi et mortem iussit mortuus ipse mori”. Op het altaar staat een klein, koperen crucifix.

Waardering
De kapel met altaar, horend bij het complex van de R.K. begraafplaats uit 1892 van de St. Martinuskerk te Sneek, is van algemeen cultuurhistorisch en architectuurhistorisch belang:
– als essentieel onderdeel van een complex dat cultuurhistorisch van nationaal belang is en een bijzondere uitdrukking is van een bestuurlijke en geestelijke ontwikkeling;
– vanwege de esthetische kwaliteiten van het ontwerp;
– vanwege de architectonische gaafheid van het exterieur;
– in relatie tot de structurele en visuele gaafheid van het complex en de stedelijke omgeving;
– vanwege de typologische zeldzaamheid op provinciaal niveau.

Inleiding
De CALVARIEBERG bestaat uit een ondermetseling van hardgrauw in basterdtras met daarop de hardstenen standbeelden van de gekruisigde Christus met aan weerszijden Maria en Johannes. De beelden dateren uit 1893 en zijn vervaardigd door atelier De Roo te Roermond, waarvan het hoofdatelier in München-Gladbach was gevestigd. Aan de voet van de Calvarieberg liggen de bijbehorende hardstenen GRAFSTENEN van vier priesters: in het midden Th. Brouwer (gestorven in 1905), A.A. v. Eyndhoven (gestorven in 1914 en priester t.t.v. de aanleg), B.T. Stoveringa (gestorven in 1930) en J. v. Galkom (gestorven in 1964). Op het graf van Th. Brouwer is in Neo-gotische letters het monogram van het atelier ingegraveerd.

Omschrijving
De rechthoekige ondermetseling bestaat uit hardgrauw in basterdtras. De beelden zijn zodanig gebeeldhouwd dat zij zowel vanaf de voorkant als de zijkanten kunnen worden bekeken. Het hardstenen beeld van de gekruisigde Christus is in het midden geplaatst; het kruis is vrij fors, het hoofd van Christus hangt opzij en naar voren, de voeten steunen op een sokkeltje, waardoor hij niet echt aan zijn armen hangt. Maria staat aan zijn rechter zijde, Johannes aan zijn linker. De beelden zijn zeer expressief gebeeldhouwd: de verdrietige uitdrukking van de gezichten is zeer sprekend, alsmede de pose; de mantels van Maria en Johannes en de lendendoek om het middel van Christus vallen in een soepele en volle plooival. Het hardstenen graf van priester Brouwer is voor het Christusbeeld geplaatst. Aan weerszijden ervan zijn de graven van priesters Van Eyndhoven en Stoveringa. Het jongste graf, van priester Van Galkom is voor het graf van Brouwer gezet.

Waardering
De Calvarieberg uit 1893, horend bij de Rooms Katholieke begraafplaats te Sneek is van algemeen cultuurhistorisch belang:
– vanwege de hoogwaardige esthetische kwaliteit van het ontwerp;
– als essentieel onderdeel van een groter geheel dat cultuurhistorisch van nationaal belang is;
– vanwege de gaafheid van de gebeeldhouwde groep, samen met het basement en de ervoor liggende graven;
– in relatie tot de visuele en structurele gaafheid van het hele complex;
– vanwege de typologische zeldzaamheid op provinciaal niveau.

Inleiding
Bij de absis van de kapel op de Rooms Katholieke Begraafplaats uit 1892 te Sneek bevindt zich een natuurstenen, tempelvormig GRAFMONUMENT voor de familie Rooswinkel en Stockmann-Rooswinkel, dat in 1884 is vervaardigd en in 1911 naar deze begraafplaats is overgebracht. Het monument is in neo-classicistische stijl uitgevoerd; het bestaat uit een bed met een steen in de vorm van een tempel-front.

Omschrijving
Het grafmonument is van natuursteen. De steen heeft de vorm van een aedicula. Het fronton is gebogen en rust op twee pilasters met laag basement en ionische kapitelen. Hiertussen is de gedenksteen geplaatst en boven deze een reliëf van de graflegging van Christus. De scène stelt een liggende Christus voor, die horizontaal de hele voorgrond in beslag neemt en waarvan het hoofd gesteund wordt door een engel. Maria, in het centrum van het beeld en achter haar zoon, bukt, knielend over het lichaam waarvan zij een levenloze hand vasthoudt. De scène wordt rechts afgesloten door een half knielende en een staande figuur met doeken op de arm. De rechthoekige steen onder het reliëf herdenkt de begraven familieleden: J.W. Rooswinkel, gestorven in 1884 en in 1911 vanaf het kerkhof van Wijtgaard naar deze begraafplaats overgebracht; T.C. van der Kalle, zijn vrouw, overleden in 1911: A.D. Stockmann-Rooswinkel, overleden in 1943 en haar echtgenoot A.G. Stockmann, overleden in 1961.

Waardering
Het tempelvormig grafmonument bij de absis van de kapel van de Rooms Katholieke begraafplaats te Sneek, vervaardigd in 1911 in neo-classicistische stijl, is van algemeen cultuurhistorisch belang:
– vanwege de esthetische kwaliteiten van het ontwerp;
– vanwege het materiaalgebruik en de ornamentiek;
– als onderdeel van een groter geheel dat cultuurhistorisch van nationaal belang is;
– vanwege de gaafheid;
– in relatie tot de visuele gaafheid van het complex;
– vanwege de typologische zeldzaamheid op provinciaal niveau.

Inleiding
Op de Rooms Katholieke begraafplaats te Sneek staat het GRAFMONUMENT voor de familie Visser de eerste begravene was M.J. Brenninkmeijer, gestorven in 1892, het jaar van aanleg van de begraafplaats. Het monument bestaat uit een hoge natuurstenen sokkel, uitgevoerd in een stijl waarbij Neo-gotische elementen zijn toegepast, waarop het standbeeld van een engel is geplaatst.
  

Omschrijving
Het hoge vierkante basement staat op een laag plateau dat begrensd wordt door een ketting die aan tien zeshoekige natuurstenen paaltjes vastgemaakt is. Hoog op het basement staat de engel met opgeheven rechterhand. De grote vleugels en het rijk geplooide gewaad zijn de enige ornamentele elementen die de grote gestalte “versieren”.

Waardering
Het grafmonument met gebeeldhouwde engel op de Rooms Katholieke begraafplaats te Sneek, vervaardigd in 1892, is van algemeen cultuurhistorisch belang:
– vanwege de esthetische kwaliteiten van het ontwerp;
– vanwege het materiaal en de ornamentiek;
– als onderdeel van een groter geheel dat cultuurhistorisch van nationaal belang is;
– vanwege de gaafheid;
– in relatie tot de visuele gaafheid van het complex.

Inleiding
Op de Rooms Katholieke begraafplaats te Sneek staat het GRAFMONUMENT van Martinus Lampe.

Omschrijving
Het grafmonument bestaat uit een zeer hoge sokkel met vierkante basis met Neo-barokke voluten en een gekruisigd Christusbeeld. Het hoge natuurstenen basement bestaat uit acht delen die trapsgewijs op elkaar zijn gezet. Het middelste stuk is kubusvormig en bestaat uit vier marmeren ovalen met inscripties; op de hoeken voluten.

Waardering
Het grafmonument met gebeeldhouwde, gekruisigde Christus op de Rooms Katholieke begraafplaats te Sneek, vervaardigd in 1899, is van algemeen cultuurhistorisch belang:
– vanwege de esthetische kwaliteiten van het ontwerp;
– vanwege het materiaal en de ornamentiek;
– als onderdeel van een groter geheel dat cultuurhistorisch van nationaal belang is;
– vanwege de gaafheid;
– in relatie tot de visuele gaafheid van het complex.