Waltastins

Waltastins

Het laat-middeleeuwse Waltahuis staat als laatste overgebleven stadsstins van Sneek op de lijst van rijksmonumenten.

De Waltastins aan de Marktstraat werd in 1540 gebouwd voor de Bozumer prebendaris Taco/Teake (van) Walta. Door latere toevoegingen is de 16de eeuwse stins uit het zicht geraakt. De oude kern – de muren, de vloeren en de kapconstructie – is echter nog voor het grootste deel intact.Traptoren en voorplein
Het oorspronkelijke gebouw bestond uit twee bouwlagen en had een L-vormige plattegrond. In de oksel van de twee vleugels stond een traptoren met een uivormige bekroning. Die toren stond op een voorplein dat aan de Marktstraat lag. Deze situatie is te zien op de pentekening rechtsboven, in 1747 vervaardigd door Cornelis Pronk.

Marktstraat 9
De vleugel die dwars op de Marktstraat stond is nu Marktstraat 9. Deze vleugel had een trapgevel aan de Marktstraat. In 1856 werden drastische veranderingen aangebracht in de aanblik van de Waltastins. In opdracht van de drukker-uitgever J.F. van Druten werd de trapgevel weggehaald.Marktstraat 5 en 7
Van Druten liet in 1856 ook het voorplein bebouwen en de traptoren weghalen. Langs de Marktstraat ontstond toen een nieuwe, rechte pui die werd voorzien van een lange lijstgevel. Hierdoor verdween de tweede vleugel uit het zicht. Dit was de vleugel die in de lengte achter het plein was gebouwd en gedekt was met een zadeldak.Dit deel van het Waltacomplex is nu Marktstraat 5 en 7.


Restauratie in 2005
In 2005 is de Waltastins gerestaureerd. De L-vorm van de Waltastins is toen opnieuw zichtbaar gemaakt, met behoud van de lijstgevel van 1856. Op het oorspronkelijke voorplein werd een binnenplein gerealiseerd. Doordat het dak boven dit binnenplein deels van glas is vervaardigd, wordt de indruk van een open voorplein versterkt. Het nieuwe (maar toch oude) binnenplein wordt door de gemeente Sneek gebruikt voor bijvoorbeeld ontvangsten. Een moderne spiltrap in de hoek van deze ruimte verwijst naar de oude traptoren. Het middeleeuwse fundament van de traptoren is zichtbaar gemaakt met behulp van een glasplaat in de vloer.De gevel van Marktstraat 9 – direct naast het stadhuis – en een gevel aan de achterzijde zijn ossenbloedrood geverfd. Kleuronderzoek had namelijk aangetoond dat deze kleur oorspronkelijk ook op de stins was gebruikt.

Rennenbergkamer
In het midden van de 16de eeuw kregen de toenmalige bewoners toestemming achter de stins het gebouwtje op te trekken dat in de huidige stadhuistuin staat en waarin zich nu de wethouderskamers bevinden. Deze uitbouw van de Waltastins staat op een kelder met kruisgewelven. Het gebouwtje was bestemd voor de huisvesting van Georges de Lalaing graaf van Rennenberg (1550-1581), in 1577 benoemd tot stadhouder van Fryslân, wanneer deze op de stins logeerde.

Bovenvertrek
In de eerste helft van de zeventiende eeuw had de stad Sneek een tekort aan vergaderruimte in het stadhuis – toen ook al – en huurde het stadsbestuur op de verdieping van wat nu nummer 9 is, een voorkamer voor het houden van bijeenkomsten. In hetzelfde vertrek hield ook overigens ook het gerecht van Wymbritseradiel zitting. Om deze kamer te kunnen gebruiken werd vanuit de hal van het stadhuis een doorgang en een trapopgang gemaakt. Anno nu is het bovenvertrek eigendom van de gemeente Sneek en dient het als burgemeesterskamer.

Restauratie 2005

In december 2004 ging het project ‘Restauratie Waltastins’ van start. De oude Waltastins aan de Marktstraat waarin galerie BAS gevestigd was, werd gerestaureerd en betrokken bij het stadhuiscomplex. Het project stond onder leiding van de gemeente Sneek en was eind 2005 afgerond.

Bouwsporen en vondsten
Tijdens de restauratie werden een aantal interessante vondsten gedaan. Verschillende bouwsporen zorgden ervoor dat de bouwgeschiedenis van het complex steeds helderder werd.

Oorspronkelijk was de Waltastins een L-vormig gebouw met een voorplein en een traptoren. Het gebouw dankt zijn naam aan Tako van Walta, die het in 1540 liet bouwen. Door latere toevoegingen is de 16de eeuwse stins uit het zicht geraakt. De oude kern was (en is) echter nog voor het grootste deel intact: de muren, vloeren en kapconstructie.

Van de oorspronkelijke Waltastins zijn geen bouwtekeningen bewaard gebleven. Wel kennen we een pentekening uit 1747, gemaakt door Cornelis Pronk.Het was echter de vraag of die tekening historisch wel klopte. Een ontdekking tijdens de restauratie maakte de tekening plotseling een stuk betrouwbaarder.

Het op de tekening omcirkelde venster in de buitenmuur, vlak naast de toren, was men voor de restauratie niet tegengekomen.
Echter, tijdens werkzaamheden aan de kap ontdekte één van de bouwlieden onder het pleisterwerk aan de binnenkant van de muur een boogje, precies op de plek waar volgens de oude tekening het raampje moet hebben gezeten.

Deze ontdekking maakt de tekening plotseling een stuk betrouwbaarder dan tot nu toe kon worden aangenomen. Dit betekent dat ook de verdwenen onderdelen, zoals het poortje en de toren, op deze tekening waarschijnlijk waarheidsgetrouw zijn afgebeeld.

Fundament traptoren
Tijdens de restauratie werd het fundament van de 16de eeuwse traptoren blootgelegd (foto rechts), evenals een oude waterput en een paardensteeg die langs de stins liep.

Sporen in achtergevel
Aan de achtergevel van de Waltastins kwamen eveneens interessante bouwhistorische gegevens aan het licht .Het gaat om twee vensters die zich in het oudste gedeelte van de stins bevinden. Dit gedeelte stond er waarschijnlijk al toen Tako van Walta hier in 1540 een stuk grond aankocht met “een huys ende camer mit den schuyr ende zyn toebehoren, staende op de merckstraet”.

Bij de uitbreiding van de Waltastins in 1547 is deze bestaande vierkante stins geïntegreerd in de nieuwe L-vormige stins. Om een eenheid te creëren, heeft men het oude gedeelte toen voorzien van nieuwe vensters.

Eén van deze vensters was al bij aanvang van de restauratie bekend. Toen was reeds besloten dat dit oude venster zou worden teruggebracht.

Tijdens de restauratie kwam het ‘broertje’ van dit venster tevoorschijn. Zeer bijzonder is dat het zelfs nog de originele vensterbank had, die bestaat uit een kleurig patroon van sierstenen.

De twee vensters waren in de 18de eeuw dichtgemetseld om plaats te maken voor grotere vensters. Deze grotere vensters waren echter totaal verkeerd geplaatst en hebben het gebouw verzwakt. Ze zijn daarom bij de huidige restauratie weer dichtgemetseld.

Venster van vóór 1540
Het bleef niet bij de ontdekking van één venster.
In dezelfde achtermuur een nóg ouder venster aangetroffen. Dit dateert zeker van vóór 1540. Volgens de bouwhistoricus is het zelfs mogelijk een 13de eeuws venster.

Het zit iets lager dan de vensters van 1547, hetgeen een bevestiging was van de veronderstelling dat de vloer van dit oudste stinsgedeelte aanvankelijk op een lager niveau lag. Vermoedelijk had deze oude stins oorspronkelijk een laag souterrain met daarboven een hoge zaal.

Als gevolg van de restauratie is de kap van de Waltastins deels afgedekt met speciale glazen platen, die zelfreinigend en onderhoudarm zijn. Uit het dak steekt nu een glazen torentje dat verwijst naar de oude middeleeuwse traptoren op het voorplein. In dit toren is ook veel glas verwerkt. Vanaf de Marktstraat zijn de vernieuwde kap en het nieuwe torentje goed te zien.

Foto’s en tekeningen © Simon Bleeker, Archief gemeente Sneek, Annelies Vreeken en Frans Tolsma van de gemeente Sneek. Bron: Sytse ten Hoeve (Fries Scheepvaart Museum), Sneek in Beeld (45) in Sneeker Nieuwsblad (4 april 2002).