Goudleerbehang

Goudleerbehang

Goudleerbehang

Het goudleerbehang in de Grote Raadzaal van het stadhuis is uniek, omdat het rond 1760 in opdracht is vervaardigd voor het vertrek waar het zou komen te hangen. Het is dus op maat gemaakt in dezelfde tijd als die waarin de Grote Raadzaal werd gebouwd en daar valt het nu nog te bewonderen. Het behang is beschilderd met chinoiserieën.
Het werd in een fabriek te Amsterdam vervaardigd uit kalfsvellen van ongeveer 80 bij 60 centimeter, die overlaps op elkaar werden bevestigd. De grote oppervlaktes leer die op deze manier ontstonden werden door een mangel gehaald om ze nog eens extra goed op elkaar te drukken en te egaliseren.

Na het mangelen werd op het leer een laag bladzilver aangebracht en tenslotte een laag gele vernis. Deze laag vernis geeft het leerbehang de gouden gloed waaraan het zijn naam ontleent.

Op de vernis werden schilderingen aangebracht. Ook weer helemaal overeenkomstig de wens van het Sneker stadsbestuur, dat z’n zinnen had gezet op de rond 1760 zeer in zwang zijnde chinoiserieën. De behangfabriek nam hiervoor contact op met een gespecialiseerde schilder, die in de fabriek de gewenste voorstellingen op het leer aanbracht.

Bedekt onder papier
Het fraaie goudleerbehang verdween in 1826 onder een laag papieren behang. Het kwam pas weer tevoorschijn in 1918, toen een begin werd gemaakt met een restauratie van het raadhuis onder leiding van de architect W. Penaat uit Amsterdam.

De ontdekking van het – zwaar beschadigde – behang was een verrassing waar in het restauratiebudget geen rekening mee was gehouden. Het gemeentebestuur was echter zo blij met de vondst dat alles in het werk werd gesteld om de financiering voor restauratie van het behang rond te krijgen. Die restauratie werd in 1925 uitgevoerd door Jan Mensing.

Sindsdien neemt het gemeentebestuur regelmatig maatregelen, opdat het goudleerbehang zo lang mogelijk in de Grote Raadzaal te pronk kan hangen. Dat is niet eenvoudig, want leer stelt als natuurproduct bijzondere eisen aan z’n omgeving. Het zet uit als de omgeving warm en vochtig is en krimpt als het koud en droog is. Doordat de Grote Raadzaal tijdens vergaderingen en bij huwelijksvoltrekkingen vol zit met mensen en daarna weer een tijdje leeg is, wisselen deze omstandigheden elkaar vaak af.

In verband met de mogelijkheid tot krimp en rek hangt het behang los in de sponningen en is er – onzichtbaar – langs de kanten een rekbaar materiaal bevestigd dat met het behang meerekt en meekrimpt. Bij een restauratie in de winter van 1998/1999, is deze voorziening verbeterd.

De heer H.A.B. van Soest van de Maatschap ten behoeve van het restaureren en conserveren van Goudleer uit Den Haag restaureerde het oude goudleer toen op zo’n manier dat het nog jaren in volle glorie kan worden tentoongesteld.

De rekbare stof rond het goudleerbehang werd weer op de juiste spanning gebracht, de sponningen waarbinnen het behang beweegt werden ruimer gemaakt, scheuren en andere beschadigingen aan het leer zijn hersteld en tenslotte is het oppervlak van het goudleerbehang gereinigd.

Foto © Simon Bleeker