Marktstraat 27

Marktstraat 27

Marktstraat 27, Gerechtsgebouw

De bekwame architect Pieter Jentjes Rollema, die van 1826 tot 1845 stadsarchitect van Sneek was, ontwierp in 1839 het gerechtsgebouw dat op de plaats kwam van het logement De Witte Arend.Het gebouw is van monumentale allure, niet in het minst door de risaliserende (uitspringende) middenpartij van natuursteen. Daaraan zijn fraai gedetailleerde voluten aangebracht. In vergulde letters staan er boven de ingangspartij woorden van de beroemde Romeinse rechtsgeleerde Ulpianus, die leefde in de tweede eeuw van onze jaartelling: IUS SUUM CUIQUE (Voor ieder het hem of haar toekomende recht).

Architectuurhistoricus Peter Karstkarel beschrijft het gebouw als volgt:

Er zijn niet veel representatieve bouwwerken bekend van Pieter Jentjes Rollema. Hij leverde in 1842 het ontwerp van de Doopsgezinde kerk aan de Singel, een kerk voorzien van een strenge neoclassicistische voorgevel met dubbele pilasters en een zwaar geprofileerd fronton.

In de gevarieerde bebouwing van de brede Marktstraat is het justitiegebouw ook een opmerkelijk streng maar niettemin verfijnd monument. Streng in zijn opzet: op een rechthoekig grondplan is het vooral blokvormig van effect.Het heeft twee bouwlagen en een afgeknot schilddak. De iets vooruitspringende entreepartij van natuursteen steekt scherp af bij het bruine metselwerk, dat op een natuurstenen plint rust.

De vensters in de voorgevel zijn strak omlijst; die van de verdieping zijn van een kroonlijstje voorzien. Een cordonlijst geeft de scheiding tussen de bouwlagen aan, maar die loopt niet over de zijgevel door. Het lijstwerk ter afsluiting van de gevel loopt wel rond: de kroonlijst is hoog en vlak, dan volgt de geprofileerde goot met een dichte reeks charmante golfklossen.

De hoofdopzet is neoclassicistisch, maar zowel de entreepartij als het inwendige van de zittingszaal zijn versierd in de trant van het empire. Het toegangsrisaliet (gevelvoorsprong) is opmerkelijk. Rollema heeft geput uit de van empire bekende motieven en is daarmee rijkelijk laat. Daar staat tegenover dat hij er zo eigenzinnig en verfijnd mee omging dat er een resultaat is bereikt van verrassende authenticiteit. Deze middenpartij is over de volle hoogte bekleed met natuursteen. De hoge, dubbele deur met in eikenblad gesneden naald en in lovertjes gesneden kalf wordt geflankeerd door dubbele pilasters. Op de dobbelsteenkapitelen zijn palmbladeren met bloemen uitgehouwen. Op het fries staat in grote gouden letters het opschrift IUS SUUM CUIQUE, dat is: Ieder zijn recht. Op het fries volgen een tandlijst en een geprofileerde kroonlijst.

Naast het hierboven staande, omlijste venster zijn op de basementen eikenkransen gehakt en op de bovendorpelband zijn bij wijze van klauwstukken decoraties aangebracht van een fijn maar heftig beweeglijk golvenspel. Het centrale venster is recht gesloten maar door het verdiepte rondboogveld met stijlen en noppen wordt een rondboogvenster gesuggereerd.

Interieur
Inwendig is er een niveauverschil tussen de voorzijde van het gebouw en de achterzijde met zittingszaal.
Ten oosten van de hal ligt het trappenhuis met brede trappen voorzien van leuningen met balusters. Die leidt naar de bovenvertrekken en de publieke tribune.
Alles is ingetogen ingericht, zonder sier. De decoratieve representatie is geconcentreerd in de hoge, rechthoekige zittingszaal die net als het uitwendige vooral neoclassicistisch van aanpak is met decoratief gestukadoorde verrijkingen in een eigengereide empire. De zaal is geleed door rechthoekige pilasters met hoge palmetkapitelen. De vakken bevatten vensters of deuren. Het vak waar ooit de kachel stond is bijzonder: het is gevormd als een spitsboognis met pilasters; de zwikken zijn versierd met fijne loofranken met bloemen.
De wandpilasters dragen het bekronende lijstwerk dat als koof los komt van de wanden; eikenloofstroken met rozetten en pijnappels en twee palmettenranden. Het plafond kreeg twee middenornamenten van een gestileerde bloem in het midden en verder loofwerkkuiven met bloemen. Bovendien kruislings symbolen van het recht in scepterachtige elementen: een zwaard en de hand van de eed; een hellebaard en fasces met een vlam.

Bronnen Sytse ten Hoeve, Fries Scheepvaart Museum, Sneek Oud en Nieuw (54), in: Sneeker Nieuwsblad (25 februari 1999).
Peter Karstkarel, ‘Ius Suum Cuique. Kantongerechtsgebouwen in Fryslân’ in: Fryslân, nieuwsblad voor geschiedenis en cultuur (april 2002) 30-31.