Kleine Kerkstraat

Kleine Kerkstraat 10

 

 

Het gebouw Kleine Kerkstraat 10 staat op de lijst van Rijksmonumenten. De omschrijving staat hieronder.

 

 

Inleiding
Naast het administratiekantoor uit 1904 in de Kleine Kerkstraat is in 1919, door dezelfde architect, Nicolaas Molenaar, een nieuw onderdeel van het Old Burger WEESHUIS gebouwd.

Het hoekpand is in vormentaal een soberder variant van het Neo-Renaissancistische administratiekantoor en bevat vier appartementen die tegenwoordig geen onderdeel meer van het O.B.W. uitmaken. Het gezamenlijke erf wordt door een gemetselde muur, met een poort tussen het pand en Kruizebroederstraat 36, begrensd. Tussen dit pand en het administratiekantoor is een kleine ingesloten buitenplaats.

Nummer 34 is de conciërge-woning van het administratiekantoor. De woning is nog steeds verbonden met het buurpand.

Omschrijving
Het pand is opgetrokken in rode baksteen op een trasraam dat wordt begrensd door een hardstenen plint onder een samengesteld dak, gedekt met een leien Rijndak met op de nokken zinken pirons; een eenvoudige bakgoot op klossen; ter hoogte van de lekdorpel van de verdiepings-vensters een hardstenen waterlijst; ter hoogte van zoldervloer gietijzeren sierankers.

De hoek Kleine Kerkstraat (oostzijde) en Kruizebroederstraat (zuidzijde) is afgeschuind en uitgevoerd als trapgevel; op de verdieping voorzien van een erker rustend op hardstenen consoles; een metselwerk borstwering met daarboven een houten pui; een Rijndak met zinken nok met twee hoekpirons. Hierboven een vier-ruits venster onder segmentboog met zandstenen aanzetstenen en sluitsteen en metselmozaïek. Op de begane grond, één venster met drie-ruits-bovenlicht.

De Kleine Kerkstraat-gevel: centraal een toegang met bovenlicht onder boog; hierboven op de verdieping een kruisvormige gevelsteen met het opschrift ’19.O.B.W.19′. Het geheel wordt geflankeerd door twee vensters met drie-ruits bovenlicht onder segmentboog met metselmozaïek. Boven de goot centraal in het dakvlak een trapgevel met vier-ruits venster onder boog met metselmozaïek; aan weerszijden een dakkapel met forse overstek, dakje en zinken piron in de nok.

De Kruizebroederstraat-gevel: centraal twee toegangen met een bovenlicht met segmentboog, samen onder één segmentboog; links drie en rechts twee vensters als in gevel aan de Kleine Kerkstraat; op de verdieping zes dergelijke vensters. Links in de gevel een trapgevel als andere trapgevels; in het dakvlak een dakkapel met twee vensters.

De achtergevel: toegang tot de conciërge-woning met op de begane grond links één- en op de verdieping drie vensters als in overige gevels; boven de deur in het dakvlak een trapgevel, geflankeerd door dakkapellen als in de Kleine Kerkstraatgevel. Op de binnenplaats staat het gemetselde buitentoilet van de conciërge-woning. Het gevelvlak tussen de achtergevel en de terugliggende achtergevel van het administratiekantoor bevat op de begane grond en de verdieping één venster; het (keuken)venster van de begane grond is niet origineel. Tegen de erfscheidingsmuur een kleine uitbouw onder platdak.

Het sobere INTERIEUR is overwegend vrij gaaf. Alle binnenkozijnen, deuren, schuifdeuren in de woonkamers en de zwart marmeren schouwen zijn origineel; de plafonds zijn, met uitzondering van die in de conciërge-woning, vervangen.

Waardering
Het gebouw, onderdeel van het O.B.W. te Sneek is van algemeen cultuurhistorisch en architectuurhistorisch belang:
– vanwege zijn plaats in de historie van het Old Burger Weeshuis te Sneek;
– voor het oeuvre van de architect;
– vanwege de hoogwaardige esthetische kwaliteit van het ontwerp;
– vanwege de architectonische gaafheid van ex- en interieur;
– in relatie tot de visuele gaafheid van de stedelijke omgeving.

Foto © Simon Bleeker