Julianapark

Julianapark woningen

 

Woningen Julianapark

De woningen gelegen aan Julianapark 2 t/m 17 vormen tezamen een Rijksmonument. Ze zijn gebouwd in 1901 in de stijl van de Art Nouveau naar een ontwerp van L.W.A. de Blinde en liggen schuin tegenover het station.

Het gebouw met zijn nagenoeg symmetrische façade heeft een sterk stedelijk karakter en is daarmee een unicum voor Sneek en Friesland.

In 1999 is het gebouw vanwege zijn cultuurhistorisch, architectuurhistorisch en stedenbouwkundig belang aangewezen als rijksmonument.

Geschiedenis van het gebied
Tot ver in de 19de eeuw bleef de bewoning van Sneek binnen de grachten. Na de komst van de spoorweg tussen Leeuwarden en Stavoren (1992/1883) kwam daar geleidelijk verandering in.

Op een door het Rijk bepaalde plaats aan de noordwestzijde van de stad werd in 1884 het station gebouwd. De Koningsbrug vormde de verbinding over de stadsgracht, tussen de binnenstad en station.
Al snel kwamen bij het gemeentebestuur de eerste aanvragen binnen voor de nieuwe bouwgrond in dit stationsgebied. De eerste statige villa’s werden rond 1885 aan het begin van de Stationsstraat gebouwd naar een ontwerp van A. Breunissen Troost.

In de vijftien jaar daarna bleven de bouwactiviteiten echter beperkt. Pas in 1901 werd er tegenover het station een woningcomplex gebouwd in de stijl Art Nouveau, naar een ontwerp van de architect L.W.A. de Blinde. De Blinde was naast de architect ook de bouwer van het complex. De verkoop van de afzonderlijke woningen liep niet goed en door de leegstand is de architect uiteindelijk failliet gegaan.

Het parkje

Julianapark Groen

Na de bouw van het complex werd ook het bijbehorende parkje aangelegd. De vereniging Floralia had in de jaren 1880 al moeite gedaan om bij het station een plantsoen van allure aan te laten leggen.

Omschrijving van het woningencomplex Julianapark als Rijksmonument
Het complex is opgetrokken in rode, donkerrode en gele bakstenen afgewisseld met witte pleisterwerk speklagen, lateien en sluit- en aanzetstenen. Bij het maaiveld een hardstenen plint met daarboven zwart pleisterwerk dat begrensd wordt door de doorlopende hardstenen onderdorpel van de begane grond vensterpartijen. Het samengestelde dak is, met uitzondering van de torens die zijn uitgevoerd als een leien kruisdak, uitgevoerd als een leien maasdak.

De Julianaparkgevel is op te delen in vijf onderdelen: het centrale middenblok, twee tussenblokken en twee hoekblokken.

Het centrale blok: In het midden een topgevel met hoekpirons geflankeerd door lagere delen en begrensd door twee vierkante ‘torens’ met een convex tentdak en in de nok een zinken piron. De torens en het middendeel zijn uitgevoerd in rood metselwerk; ieder bevat een dubbele ingang onder een segmentboog (geel); een verdiepingsvenster met bovenlicht onder zwaar bepleisterde latei; hierboven bij de torens drie smalle vensters en bij het topgeveldeel een venster onder een rondboog; onder het dak van de torens links en rechts resp. ‘anno’ en ‘1901’. De lagere delen hebben ieder op de begane grond met geel metselwerk twee vensters onder bepleisterde latei; op de verdieping in rood metselwerk twee vensters onder segmentboog en bepleisterde zware lekdorpel; hierboven geel metselwerk en drie vensters; gemetselde balustrade als dakopstand.

Een tussenblok: Twee ingangspartijen gevat in rood metselwerk met op de verdieping een gemetseld balkon op bepleisterde consoles; dubbele balkondeur met bovenlicht; een schoudergevel bij het dak met in de top een venster. Aan weerszijden en tussen de schoudergevels op de begane grond twee vensters onder een bepleisterde latei; op de verdieping twee vensters onder een segmentboog; bakgoot op klossen; in het dakvlak een dakkapel onder lessenaarsdakje.

Het linker hoekblok: Op de afgeronde hoek een rond torentje met smalle vensters onder een spitsdak, uitgevoerd in donkerrood metselwerk; hieronder op de verdieping een gemetseld balkon op bepleisterde consoles; dubbele balkondeur met bovenlicht; op de begane grond een dubbele toegangsdeur.
Een dubbele ingangspartij onder segmentboog met op de verdieping een venster onder bepleisterde architraaf; hierboven een dakopstand met hoekpilasters, een convex middenstuk en een boogvenster.
Het geveldeel tussen de toren en de topgevel op de begane grond: een dubbel vensters en een toegang; op de verdieping een dubbel en een enkel venster; hierboven drie vensters; alle onder een bepleisterde latei; gemetselde balustrade als dakopstand.

Het rechter hoekblok: als links, de toren is echter iets meer in het gebouw geschoven en de hoekingang en balkon ontbreken; het tussendeel heeft op de eerste etage drie vensters en op de tweede etage een boogvenster boven de deur, twee kleine vensters en in de toren twee schietgaten. Daarboven twee vensters en een gemetselde balustrade als dakopstand. De andere gevels variëren sterk en bevatten verder geen noemenswaardige details.

Waardering
De woonhuizen aan het Julianapark zijn van algemeen cultuurhistorisch, architectuurhistorisch en stedenbouwkundig belang:
– als uitdrukking van een sociaal-economische ontwikkeling;
– voor het oeuvre van de architect;
– vanwege de hoogwaardige esthetische kwaliteiten van het ontwerp;
– vanwege de situering verbonden met de ontwikkeling van de stad;
– vanwege de historische ruimtelijke relatie met de groenvoorziening;
– vanwege de redelijke architectonische gaafheid;
– vanwege de relatie tot de structurele en visuele gaafheid van de stedelijke omgeving;
– vanwege de voor Friesland typologische zeldzaamheid.

Foto © Simon Bleeker