Familie Stam

Familie Stam

De goud- en zilverkashouder Petrus Rienstra overleed in 1855 in zijn huis op de hoek van het Kleinzand.

Zijn weduwe Ynskje Schotanus bleef maar weinige jaren alleen. Haar dochter Imke, in 1857 weduwe geworden van de horlogemaker Auke Stam van Napjus, trok bij haar in met twee dochters, Ynskje en Catharina Hayona.

In 1864 overleed grootmoeder Ynske Rienstra-Schotanus en kleindochter Catharina Hayona Napjus vertrok in 1867, na haar huwelijk met de spiegelfabrikant Izaäk Johannes Brugmans, naar Groningen.

Moeder Imke Rienstra en dochter Ynskje Napjus bleven met z’n tweeëën achter. Toen de moeder in 1879 overleed, wilde de ongehuwd gebleven Ynskje niet in Sneek blijven; ze vertrok naar Groningen.

Het huis met de trapgevel op de hoek van het Kleinzand werd nog in hetzelfde jaar 1879 gekocht door de koopman Arend Wytzes Stam, die zelf op Singel 34 (vroeger garage Loots) woonde.

Arend Wytzes Stam was gehuwd met Helena Feenstra, de weduwe van de houthandelaar Tjalling Teetzes Gongryp.
Met zijn stiefzonen dreef hij een stoomzagerij aan de Houkesloot.
Zijn dochter Akke, in 1851 uit het huwelijk met Helena Feenstra geboren, verloor haar hart aan de uit Groningen afkomstige jurist Mr. Carel Christiaan Paehlig, die in 1877 leraar in de staatswetenschappen werd aan de Sneker Hogere Burgerschool.