Familie Hollander

Familie Hollander

De man uit wiens nalatenschap de familie Hollander in 1689 het huis verkocht, was Folkert Pieters Hollander.

Folkert Pieters Hollander liet zich in 1667, toen hij bij het Hof van Friesland een Fideïscommissair testament deed registreren, ‘burger Coopman binnen Sneek’ noemen. Zijn vrouw was toen ziek blijkt uit de tekst van het testament: ‘ick Folkert Pytters gesondt van lichaem ende ick Sara Clases sieck te bedde leggende, doch onser beijder verstant wel machtich wesende, hebben overleght de seeckerheijt des doodts, ende ter contrarie de onseeckerheijt van de vijre van dien, ende wij testatoren niet gedenckende deser werelt te overlijden van eerst ende alle voorens gemaeckt ende geordonneert te hebben onsen reciprocum Testamentum.’

In dit testament bevelen de testatoren in de eerste plaats ‘onse zielen, wanneer die selven van onse lichamen sullen wesen gescheijden in de grondeloze barmhartigheit Godes, ende de lichamen een Christelijcke begrafenisse der aerden, waaraff deselve genomen en gecomen sijn.’
In de tweede plaats stellen zij elkaar tot erfgenamen van de ‘tijtlijcke nae te latene goederen, soo roerende als onroerende, gout, gelt, silver gemunt en ongemunt niets exempt.’

Pas na het overlijden van de langstlevende zullen hun nazaten erven en die nazaten zijn de zonen: Claas Folkerts, Jan Folkerts, Pytter Folkerts, Martin Folkerts, Freerk Folkerts en een kind van de reeds overleden dochter Grietje Folkerts Hollander.

Een andere zoon, de apotheker Johannes Folkerts Hollander, wordt niet in het testament genoemd. Steekt hier een familiedrama achter?
Vader Folkert Pieters Hollander behoorde tot die Snekers die niet met de Reformatie meegingen en rooms-katholiek bleven. Zoon Johannes ging misschien in het jaar dat zijn vader het testament maakte al met een protestant meisje. In elk geval trouwde hij op 18 april 1669 in de Martinikerk met de hervormde Aechien Feickens, ruim een maand nadat het testament van zijn ouders, waarin hij niet genoemd werd, werd geregistreerd en op 17 december 1669 liet hij zich als volwassene dopen in de Grote Kerk. Enige maanden later, op 11 februari 1670, hield hij zijn dochtertje ten doop. Het meisje dat Sara werd genoemd naar vaders moeder, stierf jong evenals de moeder en weinige jaren later overleed Johannes Folkerts zelf.

Hij was niet eenkennig en zijn nalatenschap bleek naar zijn verwanten te gaan. Sommige daarvan waren inmiddels ook met hervormde vrouwen getrouwd en hervormd geworden.
Broer Pytter Folkerts Hollander kon het daardoor drie maal tot schepen en eenmaal tot burgemeester brengen.
Broer Freerk Folkerts Hollander bracht het ook tot magistraatslid, hij werd raadsman, doch slechts één maal; misschien was zijn levenswijze niet voorbeeldig genoeg, want in 1727 kwam hij in de kerkenraad ter sprake wegens ‘aanstotelijke huishoudinge en samenlevinge.’

Er bleven ook verschillende leden van de familie Hollander rooms-katholiek en het door hen verkochte huis op de hoek van het Kleinzand en de Poortezijlen zou ook nog langer dan een eeuw in bezit blijven van leden van vooraanstaande rooms-katholieke zaken- en ambachtslieden.