Carel Christiaan Paehlig

Carel Christiaan Paehlig

Het huis met de trapgevel op de hoek van het Kleinzand werd in 1879 gekocht door de koopman Arend Wytzes Stam, die zelf op Singel 34 (vroeger garage Loots) woonde.

Arend Wytzes Stam was gehuwd met Helena Feenstra, de weduwe van de houthandelaar Tjalling Teetzes Gongryp. Met zijn stiefzonen dreef hij een stoomzagerij aan de Houkesloot.

Zijn dochter Akke, in 1851 uit het huwelijk met Helena Feenstra geboren, verloor haar hart aan de uit Groningen afkomstige jurist Mr. Carel Christiaan Paehlig, die in 1877 leraar in de staatswetenschappen werd aan de Sneker Hogere Burgerschool. Zij trouwde met hem in 1880 en het jonge paar betrok het door vader Stam gekochte huis aan het Kleinzand, dat nu de bestemming van zakenpand verloor.

Mr. Carel Christiaan Paehlig
Mr. Paehlig was niet alleen tot 1896 leraar aan de HBS; hij vestigde zich ook als advokaat en procureur te Sneek en ontwikkelde zich door zijn activiteiten en werkkracht tot een vooraanstaand en gewaardeerd figuur in de Sneker gemeenschap.
Hij heeft de stad in tal van funkties gehad: lid gemeenteraad, commandant schutterij, curator van het gymnasium, voorzitter van het Departement Sneek van de Mij. tot Nut van ’t Algemeen, voorzitter van het Departement Sneek van de Maatschappi. voor Nijverheid en Handel, secretaris en later voorzitter van de Koninklijke Zeil Vereniging Sneek, bestuurslid van de gymnastiekschool en zwemschool, raadsman van de Coöperatieve Woningbouwvereniging Selfhelp, voorzitter van het waterschap Sperkhem, voorzitter van het comité ter bevordering van de belangen der bakkersgezellen en bestuurder van de Spaarbankvereniging.

Woorden van lof
Toen Mr. Paehlig op 29 september 1904 overleed, stond in de Sneeker Courant van 8 oktober 1904 het volgende eerbetoon.

‘Zaterdagmiddag 3 uur had in tegenwoordigheid van een groote schare belangstellenden, de bijzetting plaats van het stoffelijk overschot van onzen onvergetelijken Mr. C.C. Paehlig. Bij den langen stoet sloten zich bij het gemeentehuis nog onderscheidene corporaties aan. De lijkkist was onder een schat van bloemen als het ware bedolven, terwijl in een open rijtuig de rest prijkte van de laatste hulde, die men den dierbaren afgestorvene nog wou bewijzen. Misschien tegen den wensch van den overledene, wijdde men bij ’t graf menig woord aan de nagedachtenis van hem, die in vele betrekkingen, welke hij bekleedde, zoo noode gemist kon worden. Achtereenvolgens huldigden Mr. Alma, Ds. Juursema en Ds. Bommezijn de verdiensten van den doode, waarna de zwager van dezen ds. De Groot, namens de weduwe voor de betoonde belangstelling bedankte.’

In de Nieuwe Sneeker Courant van 8 oktober staan de woorden opgetekend die burgemeester Dirk Alma op het Sneeker Kerkhof aan de groeve sprak.

‘Aan mij de eer een kort woord te spreken ter nagedachtenis van hem, die ons zoo onverwacht is ontvallen. Zoo ooit dan worden wij op den somberen herfstdag er aan herinnerd dat de mensch afvalt als het blad.

Wij gevoelen het allen hoeveel in Mr. Carel Christiaan Paehlig op velerlei gebied verloren wordt.
Van zijnen maatschappelijken werkkring kan ik zwijgen, waar eergisterenmorgen, alvorens de openbare zitting der Arrondissements-Rechtbank te Leeuwarden te openen woorden van woorden van waardering en hulde gesproken zijn en door den President en door den Heer Officier van Justitie, zoomede namens de Balie.
Verwacht evenmin van mij eene opsomming van de talrijke colleges waarvan de overledene deel uitmaakte en die hij als bestuurslid zoozeer aan zich heeft verplicht. De vertegenwoordigers van al die colleges hier tegenwoordig leggen daarvan getuigenis af.

In het bijzonder echter bedenk ik zijn lidmaatschap van den Raad, van het college van Curatoren, van de Spaarbank vereeniging, waar het mij vergund werd met hem samen te werken.

Ook bij het verschil in opvatting en behandeling van zaken weet ik de mede- en samenwerking, van hem ondervonden, te waarderen.

In zijn allernaasten kring, van waaruit hij, na eene gelukkige echtvereeniging van ruim 24 jaren, werd opgeroepen, wordt ook echter het verlies het diepst gevoeld. De overledene toch was allermeest een huiselijk man, die zoodanig den tijd wist in te deelen, dat het huiselijk leven tot zijn recht kwam.

Als laatste eer hem te bewijzen, zijn wij hier getuige geweest van zijn nederdalen in de groeve; wij hebben daarover de lijkwade zien spreiden, en al dat sombere wordt nu aan ons oog onttrokken door een schat van kransen en een pracht van bloemen als zoovele bewijzen van achting, liefde en waardeering, doch als zoovele zinnebeelden tevens van vergankelijkheid. Dit plotseling verscheiden roept een ieder onzer vernieuwing toe: “memoro mori”. Die boodschap des doods stemme ons tot den ernst des levens, een ernst waarvan ook zijn leven heeft getuigd.’

Akke Stam overleefde haar man, Mr. Paehlig, ruim een jaar en overleed op 21 november 1905.

De echtelieden bliezen de laatste adem uit in hun woning vlakbij de Doopsgezinde kerk aan de Singel, het oude familiehuis van Arend Wytzes en daarvoor van Wytze Aukes Stam. Daarheen waren ze in 1892 verhuisd nadat de moeder van Akke Stam was overleden. Ze lieten het huis verbouwen door de bekende architect A. Breunissen Troost en woonden eerst nog enige maanden samen met de vader van Akke, totdat die op 6 februari 1893 overleed.

Verkoop Kleinzand
Het echtpaar Paehlig-Stam verkocht het huis op de hoek van het Kleinzand in 1892, blijkens een advertentie in de Leeuwarder Courant van 18 october van dat jaar.

‘Heerenhuis-Sneek. De Notarissen A. Miedema, J.M. Goslings en H. Fennema te Sneek zijn voornemens op Maandag den 24 October 1892, ’s avonds 8 uur, bij den Heer Haanstra, in het Café ‘Onder de Linden’ aldaar, provisioneel te verkoopen:
Een in 1880 belangrijk verbeterd, sedert zeer goed onderhouden, welgebouwd, geriefelijk en deftig HEERENHUIS, aan den hoek van het Kleinzand en de Poortezijlen te Sneek, met Bleek en Plaats en verder toe- en aanbehooren, kadastraal groot 2 are 35 centiare, laatst bewoond door den WelEdelGestr. Heer Mr. C.C. Paehlig; den 1 December 1892 voor den kooper te aanvaarden.
Betaling 1 Mei 1893 of desverlangd eerder. Het perceel is dagelijks, op aanvrage, te bezichtigen en inmiddels uit de hand TE KOOP.
Voorwaarden te vernemen en biljetten te bekomen bij de Notarissen’.

In de advertentie is sprake van een verbetering van het huis in 1880. Het is niet onmogelijk dat toen de bepleistering op de gevels is aangebracht.
De voorgevel werd overigens beschaduwd door een boom.
In 1889 kreeg Mr. Paehlig van het gemeentebestuur toestemming de boom te beschutten. Dat zal wel betekenen dat hij er een staketsel rond mocht plaatsen om beschadigingen door aanrijdingen (van handkarren?) te voorkomen; de boom moet immer kwetsbaar gestaan hebben op de hoek van het Kleinzand.

Het huis bracht op de provisionele veiling ƒ 4171,– op.
Wat de koper op de finale veiling op november 1892 bood, is niet in de Leeuwarder of Sneeker Courant te vinden.
De koper was de drukker Hessel Brandenburgh.